Onderzoek RIVM naar Blootstelling aan antibioticaresistente bacteriën door zwemmen in oppervlaktewater?

EERSTE RESULTATEN ONDERZOEK RIVM

Het RIVM heeft alleen de aantallen E. coli, dus niet alle overige parameters die het waterschap of onze 'kaas' meet. Daarnaast bepaalt het onderzoek nog de aantallen van de antibioticaresistente variant van E. coli (ESBL-producerende E. coli). Dat getal zegt op zichzelf niet zoveel, omdat we niet kunnen zeggen of dat 'veel' of 'weinig' is. Daar zijn geen richtlijnen voor. Wel laat het zien of deze bacterie aanwezig was, en of er dus in theorie een kans is dat mensen die binnen krijgen. Daarom geven we alleen door of het RIVM het heeft kunnen aantonen of niet. (Daar moeten we wel bij opmerken dat als het onderzoek ze niet hebben kunnen aantonen, dat het dan nog steeds mogelijk is dat ze in hele lage aantallen aanwezig zijn, namelijk minder dan 0,2 per 100ml).

Er is in totaal op 6 plekken bemonsterd. De resultaten laten zien dat de IJssel iets meer 'verontreinigd' was dan de Berkel, maar dat alle locaties voldoen aan de norm voor zwemwater van 1800n/100ml. In beide rivieren heeft het RIVM de ESBL-producerende E. coli aan kunnen tonen (in de Berkel waren dat er minder dan in de IJssel). Wat de kans is dat zwemmers deze binnen krijgen, dat antwoord blijven we je schuldig tot volgend jaar...als het onderzoek volledig is afgerond.

INFORMATIE OVER HET ONDERZOEK

Blootstelling aan antibioticaresistente bacteriën door zwemmen in oppervlaktewater?

Wat is antibioticaresistentie?

Antibioticaresistentie treedt op wanneer bacteriën resistent worden tegen antibiotica: de medicijnen die ingezet worden om bacteriële infecties te genezen. Dit is een probleem, omdat een infectie met resistente bacteriën leidt tot een langere en/of complexere behandeling. Zo’n complexere behandeling houdt bijvoorbeeld in dat de patiënt in een geïsoleerde ruimte moet verblijven. In het ergste geval is de ziekte helemaal niet meer te behandelen. Dit brengt niet alleen leed, ongemak en extra kosten met zich mee voor de patiënt en zijn/haar naasten, maar ook extra kosten voor de gehele samenleving. Een infectie met antibioticaresistente bacteriën kan zich verspreiden naar anderen. Verspreiding vindt plaats tussen mensen onderling, tussen dier en mens, maar kan mogelijk ook plaatsvinden via onze natuurlijke omgeving, zoals oppervlaktewater (d.w.z. open water: beken, rivieren, meren, zee, etc.).

Antibioticaresistentie in oppervlaktewater
Antibioticaresistente bacteriën die ziekte bij mensen kunnen veroorzaken komen met de uitwerpselen van (met antibiotica behandelde) mensen en dieren in het oppervlaktewater terecht. Een belangrijke bron van bacteriën in oppervlaktewater is rioolwater, wat grotendeels uit huishoudelijk afvalwater bestaat. In Nederland wordt al het rioolwater na zuivering in rioolwaterzuiveringsinstallatie’s op het oppervlaktewater geloosd. Dit gezuiverde rioolwater is echterzeer zelden helemaal schoon en bevat doorgaans nog steeds levende bacteriën.

Aanleiding onderzoek

Antibioticaresistente bacteriën komen voor in Nederlands oppervlaktewater, waaronder water dat door mensen gebruikt wordt om in te zwemmen of andere watersporten te beoefenen. Hierdoor bestaat een kans dat mensen deze bacteriën binnenkrijgen via oppervlaktewater. We weten echter niet hoe groot deze kans is, en hoe dat in verhouding staat ten opzichte van andere manieren waarop mensen met deze bacteriën in aanraking kunnen komen. We vermoeden dat via water minder vaak resistente bacteriën worden opgenomen dan bijvoorbeeld via contact met dieren of mensen die deze bacteriën bij zich dragen, of het reizen naar landen waar de algemene hygiëne slechter is, en/of deze bacteriën vaker voorkomen. Of dit vermoeden juist is willen we nu onderzoeken. Wat we wel weten is dat het risico van opname via water in belangrijke mate afhangt van de aantallen resistente bacteriën dat hier in voorkomt. Dit kan zeer verschillen tussen wateren. Officiële zwemwateren moeten aan Europese kwaliteitseisen voldoen, en de waterkwaliteit wordt regelmatig gecontroleerd. Voor overige wateren is de kwaliteit meestal onbekend en kan minder goed zijn.

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek wil bepalen wat de kans is dat mensen antibioticaresistente bacteriën binnenkrijgen door te zwemmen in oppervlaktewater. Als we dit hebben bepaald, kunnen we inschatten of zwemmen in oppervlaktewater een belangrijke route is waarop mensen met deze bacteriën in aanraking komen, of juist een relatief verwaarloosbaar risico vormt.

Hoe gaan we dit onderzoeken?

We gaan dit onderzoeken aan de hand van een type antibioticaresistente bacterie die problemen veroorzaakt in ziekenhuizen: de ‘ESBL‐producerende Escherichia coli’. De bacteriesoort waar het om gaat, ‘Escherichia coli’, of kortweg ‘E. coli’ (of in de kranten vaak poepbacterie) genoemd, komt in de darmen van alle mensen, zoogdieren en vogels voor, en doet daar doorgaans geen kwaad. Er zijn echter ook varianten die ziekte veroorzaken, zoals blaasontsteking. Zowel de onschuldige als ziekteverwekkende E. coli bacteriën kunnen resistent zijn tegen antibiotica. Een specifieke vorm van resistentie wordt veroorzaakt door een stofje (eiwit) dat we ‘ESBL’ noemen. Als de bacteriën dit eiwit kunnen maken zijn ze resistent tegen een grote groep van antibiotica, waardoor de infecties die ze veroorzaken moeilijker te behandelen zijn. In de meeste gevallen dat mensen ‘ESBL‐producerende E. coli’ in hun darmen hebben merken ze hier niets van (en kan het ook geen kwaad). Door de ontlasting van mensen korte tijd voor en na het zwemmen te onderzoeken kunnen we zien of mensen tijdens zwemmen de bacterie binnen hebben gekregen, en daarnaast onderzoeken wij of deze bacterie ook in het water zit.

Waarom is dit onderzoek nodig?

Als recreatie in oppervlaktewater een verhoogde kans geeft op het binnenkrijgen vanantibioticaresistente bacteriën, dan is dat een ongewenste situatie. Echter, maatregelen om het water schoner te maken brengen zeer hoge kosten met zich mee voor waterbeheerders en de samenleving. Het is daarom noodzakelijk om eerst te onderzoeken hoe groot het risico is dat mensen deze bacteriën binnenkrijgen via recreatie in water, en hoe dit zich verhoudt tot andere routes waarop mensen met deze bacteriën in aanraking kunnen komen.  

Wie organiseert het onderzoek?

De studie wordt in Nederland georganiseerd door onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn, en Sport (VWS), en in samenwerking met de Universiteit Utrecht.

Wie wordt uitgenodigd om deel te nemen?

Deelnemers aan grote zwemevenementen in 2017 en 2018 van 16 jaar en ouder zullen worden uitgenodigd deel te nemen aan dit onderzoek. Om de onderzoeksvraag goed te kunnen beantwoorden hebben we 1000 mensen nodig die aan het onderzoek mee willen werken.

Wat vragen we van u?

We vragen u tweemaal een beetje ontlasting op te sturen: eenmaal 1 tot 2 weken voorafgaand aan het evenement, en eenmaal binnen een week na het evenement. Het bemonsteren van de ontlasting gebeurt door na de toiletgang een wattenstaafje in de ontlasting te steken en het wattenstaafje vervolgens in een daarvoor bestemd buisje te stoppen en kostenvrij met de post naar het RIVM te sturen. De benodigde materialen en gedetailleerde instructies worden naar u opgestuurd. Daarnaast zullen we u vragen een toestemmingsverklaring en een digitaal vragenformulier in te vullen. De vragen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de samenstelling van de groep deelnemers, in het zwemgedrag, en andere risicofactoren voor het binnenkrijgen van antibioticaresistente bacteriën waar u aan bloot kan staan, zoals onder andere behandeling met antibiotica, reizen naar het buitenland, of het houden van dieren (beroepsmatig of gezelschap en hobby). Het invullen van het vragenformulier duurt ongeveer 10‐15 minuten; omdat er vragen in staan over het zwemevenement waar u nu aan mee doet dient het formulier aansluitend aan het evenement ingevuld en verstuurd worden.

Zal mijn aandeel aan het onderzoek vertrouwelijk behandeld worden?

Als u instemt met deelname aan dit onderzoek, zullen uw persoonlijke gegevens te allen tijde strikt vertrouwelijk blijven en niet aan derden worden verstrekt. De resultaten zullen worden geanonimiseerd, wat betekent dat de resultaten niet worden gekoppeld aan persoonsgegevens. Dit doen we door aan elke deelnemer direct na aanmelding een code toe te kennen. Alle materialen en resultaten worden vervolgens onder vermelding van deze code, en dus los van persoonsgegevens, opgeslagen. Uw persoonsgegevens worden enkel, en alleen tijdelijk, aan uw deelnemerscode gekoppeld om communicatie over het insturen van ontlastingsmonsters of vragenlijst mogelijk te maken. Na afloop van het onderzoek zal de ‘vertaalsleutel’ tussen deelnemerscode en persoonsgegevens worden vernietigd.

Wat gebeurt er met de resultaten van het onderzoek?

Een eindverslag met daarin de belangrijkste resultaten van het onderzoek zullen openbaar gemaakt worden op de website van het RIVM. Verder zullen de resultaten worden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en zullen deze worden gepresenteerd op wetenschappelijke conferenties.

Ja ik wil deelnemen, wat gebeurt er nu precies?

Als u mee wilt doen aan het onderzoek vragen we u om ons dit per ommegaande, doch uiterlijk 3 weken voor start van het zwemevenement te laten weten door u aan te melden via het volgende internetadres: https://www.formdesk.com/rivm/aanmeldingZwemmerstudie. U ontvangt daarop een automatische email met daarin een link naar het digitale vragenformulier, en u krijgt van ons het monsternamepakketje en de toestemmingsverklaring per post thuis gestuurd.

Nadere inlichtingen

Indien u nog verdere vragen heeft voor, tijdens of na uw deelname aan de studie, mag u uiteraard altijd contact opnemen:

Hetty Blaak
Onderzoeker
Laboratorium voor Zoönosen en omgevingsmicrobiologie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
E‐mail: via zwemmers@rivm.nl.
Tel: 06‐46622540